Quercus petrea – Wintereik

jonge Quercus petraea in het gelid, de Winter eik

jonge Quercus petraea in het gelid, de Winter eik

Diktematen: 10-12-14-16-18-20-25-30.
De Quercus petraea heeft een zwaar vertakte kroon die eerst breed eirond, en later ronder wordt. In de oudere eiken krijgt de bast ondiepe groeven. De boom wordt iets hoger en vormt meestal een tot in de top doorgaande harttak. Jonge takken zijn groenbruin, en deze Wintereik loopt 2 weken later uit dan de gewone eik. Het blad zit duidelijk lang gesteeld en geelgroen aan de takken. (bij de zomereik is dit zeer kort gesteeld). Het blad is regelmatig van vorm, omgekeerd eivormig tot ovaal en regelmatig, groot gelobd. Het blad is leerachtig en blijft vaak gedurende de winter in verdroogde toestand in de boom hangen. De eivormige ongesteelde eikels (bij de zomereik lang gesteeld) staan met bosjes bij elkaar en deels omsloten door napjes met kleine aanliggende schubben. De Quercus petraea groeit ook op droge grond wanneer deze niet te arm is. Quercus petraea wordt net als Quercus robur gebruikt als houtproducent. Deze eik is zeer geschikt in een groot park, langs een grote laan of gewoon in het bos.

De hoogte wordt 25-30 mtr.
De windbestendigheid is goed.
De winterhardheid is goed.